LONETTE

 

Retinne, provincie Luik.

 

 

In het begin van de negentiende eeuw ontstond de SA Charbonnage de Lonette. De kleine concessie werd ontgonnen in Retinne waar de maatschappij haar énige mijnzetel had. Er was een spoorverbinding met het station in Fléron. In 1933 verdween de maatschappij. De ondergrondse galerijen werden niet overgenomen door andere steenkoolbedrijven. De hoofdschacht was 520 meter diep.

 

Een oude muur bleef al die tijd overeind. Het mijnterrein doet nu dienst als weide. Er zijn ook restanten van de terril te zien.

 




UNE MISE A MOLETTES A LONETTE

 

Lonette was een kleine koolmijn gelegen tussen Retinne en Queue-du-Bois. De mijn had een heel kwalijke reputatie. Via de schacht sijpelde veel water naar beneden. Daar liep men in het water en er was weinig verluchting. De pompen werkten slecht en de paarden konden amper door de veel te lage galerijen. Mijnwagentjes ontspoorden door de verroeste rails. In het front werkten de mijnwerkers liggend in het koude water. Ook werden delen van de mijn vervormd door bewegingen in de ondergrond. Om de liftkooi boven te krijgen nam de machinist vaak risico's. Hij liet de kooi even dalen om deze daarna met te hoge snelheid te laten stijgen...

 

... soms was de remafstand te klein en belandde de kooi in de schachttoren. (Une mise à molettes). Meerdere dagen werkloosheid volgden voor dat de lift hersteld was. De meeste mijnwerkers vertrokken naar Hasard (Micheroux) en Quatre-Jean. Lonette sloot in 1933. De concessie werd nooit verder ontgonnen...